← Terug naar overzichtDoor Tim

De achterdeur van de moloch

 De achterdeur van de moloch

In mijn vorige blog schreef ik over de kriebel. Over de vraag of iemand zoals ik — innovatiedirecteur, 54 jaar, meer gewend aan boardrooms dan kazernes — überhaupt iets te zoeken heeft bij Defensie. Ik eindigde met de vraag of ik bescheiden genoeg ben om te leren wat ik niet weet. Dus deed ik wat elke goede innovator doet bij onzekerheid: iemand opzoeken die het wél weet. Maarten. Vriend, sparringpartner, en jaren actief in de machinekamer van Defensie.

Gisteren legde ik mijn plan op tafel: reservist worden, om mijn innovatie-expertise aan te bieden. Zijn reactie verraste me.

Maarten vertelt over proof of concepts die die heel snel omarmd worden, maar daarna nog maanden nodig hebben in het bureaucratisch proces om goedgekeurd te worden. Over beleid dat soms een half jaar kostte om te schrijven en dan alweer achterhaald is voordat de inkt droog is. Over stakeholders die al voor het proof of concept is gedefinieerd vroegen: “Wat kost het? Wat levert het op? Wanneer is het klaar?” — terwijl niemand dat kan weten bij echte innovatie.

Het klinkt als een doodlopende weg. Maar dan vertelt hij ook iets anders.

Over een AI-sessie die begon met twee mensen op de werkvloer, zonder groot programma of goedgekeurd budget. Die sessie vlekte uit naar zestig man. Over generaals die “Hé Maarten, hoe is het?” zeggen aan tafel — en hoe die drie woorden meer deuren openen dan welk formeel verzoek ook. Over een systeem dat officieel dichtgetimmerd zit met procedures en aanbestedingen, maar snel kan bewegen als je weet waar je moet duwen. Over de noodzaak voor Defensie om veel sneller te kunnen bewegen, die nu overal gevoeld wordt.

“Het gaat werken,” zegt hij, “maar je moet het omdraaien. Niet solliciteren via standaardkanalen. Direct naar een commandant. Niet je leeftijd verkopen, maar je unieke combinatie: AI, innovatie, procesvernieuwing. Daar zit Defensie om te springen.”

En dan, bijna terloops, alsof het een voetnoot is: “Er zijn ook specialistische reservistenrollen. Voor IT’ers en innovatoren. Directe onderhandelingen mogelijk. Tot 54 jaar officieel, maar voor specialisten is er flexibiliteit.”

Ik ben 54. Bijna te oud volgens het boekje. Maar het boekje, zo blijkt, is slechts een van de verhalen die Defensie zichzelf vertelt.

Ik vroeg hoe ik als individu een moloch kan helpen bewegen. Maarten’s antwoord: door niet te vragen óf het kan, maar door heel helder te zijn over wáár je wilt bijdragen.