← Terug naar overzichtDoor Tim

Een telefoontje met Max

Een telefoontje met Max

Een telefoongesprek met een vriendin die net reservist is geworden. Over formulieren, hiërarchie, en de vraag wie er eigenlijk thuishoort bij Defensie.

Zondagochtend. Koffie. Pip aan mijn voeten. Ik bel Max.

Max en ik kennen elkaar via-via. Zij had gehoord dat ik aan het rondsnuffelen was bij Defensie — de Senior Reservist, mijn experiment. En ze had gezegd: bel me maar, ik ben net begonnen. Dus dat doe ik.

"En? Hoe was het?"

"Hectisch. Maar goed hectisch. Ik ben vorige week begonnen. Soldaat." Ze lacht. Een warme lach, met net een tikje accent dat er na al die jaren nog steeds in zit.

"Was de aanmelding ingewikkeld?"

"Eerlijk gezegd viel het mee. Ik had wat hulp bij de procedure. Maar de opleiding zelf — daar krijg je geen korting op."

"Herkenbaar. Ik zit nog in de fase van formulieren en wachten."

"O, de formulieren." Ze zucht theatraal. "Maar wacht maar tot je bij de gesprekken komt. Dan willen ze weten wat je precies gaat bijdragen. En je kunt niet zeggen: dat weet ik pas als ik erin zit. Terwijl dat natuurlijk precies het eerlijke antwoord is."

Op de achtergrond hoor ik iemand iets roepen. Max dempt de telefoon even. "Ja Willem, ik kom zo! Brunch kan even wachten." Ze is terug. "Sorry. Zondagochtend. Je kent het."

"En hoe was de eerste week? Wat moest je doen?"

"Alles. Schieten. Abseilen. We moesten van een stellage naar beneden, touwklimmen, het zwembad in met kleren aan. Ik zei tegen de instructeur: ik doe meer aan fitness dan de helft van jullie. Hij keek me aan en zei: 'Dat zien we dan wel, soldaat.' Heerlijk."

Ik grijns. Max is 54 — net als ik. En net als ik weigert ze te accepteren dat leeftijd een beperking is.

"Hadden ze geen moeite met je leeftijd?"

"De grens is 55. Ik was er net op tijd bij." Een korte stilte. "Eerlijk gezegd denk ik dat ze me wel kénden. Dat hielp. Maar eenmaal op de mat maakt dat niets uit. Daar ben je gewoon nummer zoveel."

"En hoe reageerden mensen?"

Stilte. Iets langer dan verwacht.

"Gemengd. Mijn oudste doet het ook al, dus die was trots. Maar er zijn ook mensen die vinden dat ik me er niet mee moet bemoeien. Dat het niet bij me past."

"Dat klinkt als elke organisatie waar ik ooit heb gewerkt."

"Precies. Maar bij Defensie is de hiërarchie echt. Niet als metafoor. Dus als jij binnenkomt met een heel ander leven erachter —"

"— dan moet je je dubbel bewijzen."

"Drie keer," zegt ze. "Maar het mooie is: als ze je eenmaal accepteren, dan is het ook echt. Geen beleefdheden. Ze doen het. Of ze zeggen eerlijk: nee."

Dat raakt iets. Ik werk al jaren in omgevingen waar 'ja' eigenlijk 'misschien' betekent. En 'misschien' eigenlijk 'nee'. De gedachte aan een plek waar nee gewoon nee is, heeft iets verfrissends.

"Maar vertel," zegt Max. "Jij bent nog niet binnen. Wat is je plan?"

"Ik noem het de buitenring. Het idee dat Defensie niet alleen mensen nodig heeft bínnen de organisatie, maar ook een ring daaromheen. Professionals die vanuit hun eigen expertise meedenken. Zonder rang, zonder uniform. Maar wel verbonden."

"Dat klinkt als iets wat ze nodig hebben maar niet zullen vragen."

"Precies. Het is een innovatievraagstuk verpakt als een HR-probleem. Ze zeggen: we hebben 150.000 mensen nodig. Maar de vraag is niet hoeveel. De vraag is welke."

"Hmm." Ze denkt na. "En jij wilt dat van buitenaf organiseren."

"Ik wil laten zien dat het kán. Dat er mensen zijn — jij, ik — die iets willen bijdragen zonder dat ze hun hele leven hoeven om te gooien."

"Dat snap ik. Meer dan je denkt."

We praten nog een kwartier. Over de cultuur, over de logistiek, over de mensen. Max is eerlijk. Geen glans, geen verkooppraatje.

Op het eind zeg ik: "Weet je, Max — met jouw werkervaring bij de VN zou je hier perfect in passen. In die buitenring. Je bent nu toch al reservist."

Ze lacht. Lang en hard. "Dat is lief, Tim. Maar ik denk dat mijn agenda al vol genoeg is."

Ik hang op. Kijk naar mijn telefoon. De naam in mijn contacten.

Max Koningin.

Ik neem een slok koffie. Pip tilt haar kop op.

"Ja Pip. Die Max."