Geparkeerd
Het voorstel De Buitenring is afgewezen. Verrast ben ik niet — maar de wil om bij te dragen is onverminderd. Het experiment gaat door.
Het antwoord was nee. Vriendelijk, uitgebreid, en laat. Maar nee.
De Buitenring — het voorstel dat ik samen met een kleine groep senior professionals schreef voor Defensie — is intern besproken en terzijde gelegd. Er lopen al genoeg initiatieven. Er zijn al externe partners. En: de nieuwe bewindspersonen hebben besloten te consolideren. De focus ligt nu op uitvoering van alles wat de afgelopen twee jaar is bedacht.
Ik begon dit experiment met één vraag: herkent een systeem dat schreeuwt om vernieuwing ook vernieuwers als ze aanbellen? Ik ben gestuit op chatbot Roger, die me op leeftijd afwees. Op formele kanalen die niet gebouwd zijn voor niet-standaard profielen. Op een wereld die zegt brains nodig te hebben, maar adverteert voor chauffeurs en schoonmaakdiensten.
Via informele wegen ontstond toch een opening. Genoeg om een voorstel te schrijven. De Buitenring: vier tot vijf civiele professionals, geanonimiseerde scenario’s, geen uurtarief, geen aanbestedingstraject. Zo min mogelijk drempel. Zo weinig mogelijk risico.
En nu: geparkeerd.
Verrast ben ik niet. Het antwoord paste bij wat ik onderweg al leerde over hoe dit systeem werkt. De organisatie wil stoppen met plannen maken en beginnen met uitvoeren. Dat is op zichzelf een verstandige keuze. En ik had in het voorstel zelf al geschreven dat Defensie niet gebaat is bij nóg een plan dat in een la verdwijnt.
Maar het raakt wel iets. Want de wil om bij te dragen is er nog steeds. Die is niet kleiner geworden door dit antwoord.
Dit is een live-onderzoek, geen sollicitatie. De uitkomst bevestigt precies de spanning die ik vermoedde toen ik begon. Insiders kennen het systeem maar zijn erdoor gevormd. Buitenstaanders denken vrij maar krijgen geen toegang. En als ze toegang proberen te krijgen via een constructie die alle bezwaren wegneemt — dan is er altijd een reden om het toch niet te doen.
Niet nu. Misschien later. Geparkeerd.
Dat woord zal me bijblijven. Maar het stopt me niet.
De centrale vraag is niet veranderd: bestaat er een plek in dit systeem waar het wél anders werkt? Ik denk van wel. En ik ga verder zoeken.